Stap 3 - Maak een plan

Maak een plan op basis van de resultaten van stap 1 (trekker) en stap 2 (stand van zaken).

Als de school en andere actoren al langer actief bezig zijn met de verkeersveilige school, dan kunnen afspraken over wie wat gaat doen in het eerste overleg (stap 2) plaatsvinden. Als het de eerste keer is dat hier over na wordt gedacht, zijn meerdere overleggen nodig.

Afspraken vastleggen

Het vastleggen van afspraken met gemeente, de school, ouders en buurtbewoners dwingt iedereen om duidelijke keuzes te maken. Er zijn vaak nogal wat partijen betrokken. Het bespoedigt het proces als iedereen weet wat en wanneer er iets verwacht wordt.

Wanneer voor het desbetreffende schooljaar blijkt dat gewenste fysieke maatregelen niet mogelijk zijn, kunnen alle actoren wel aan de slag gaan om dit een stapje dichterbij te brengen.

Een combinatie van fysieke maatregelen en gedragsmaatregelen

Wat wil je bereiken? Meer kinderen lopend en fietsend naar school? Of een veiligere en meer beweegvriendelijke schoolomgeving? In het plan is er aandacht voor alle invalshoeken van een veilige en fitte schoolomgeving. Een succesvolle schoolzone is een goed samenspel tussen de hardware (fysieke maatregelen of de plek) en de software (het stimuleren van gewenst gedrag). Dat moet georganiseerd worden en dat noem je orgware.

Het artikel “Gebruiker staat centraal bij bewegen in de buurt” gaat over inzet van hardware, software en orgware

Hardware zijn fysieke aanpassingen in de schoolomgeving. Het aanbrengen van een hek voor de in- en uitgang van het schoolplein is een goede maatregel om te voorkomen dat kinderen vanaf het plein de weg op rennen. Wanneer een gemeente een dergelijk hek bij elke school plaatst in dezelfde opvallende kleur, is dit meteen ook een heel goed middel om scholen herkenbaar te maken. Aanleg van een zebra, een verkeersdrempel, een fietsvoorziening of een verkeerslicht voor een veilige oversteek zijn andere voorbeelden van mogelijke fysieke maatregelen. Plek om je fiets te stallen is ook een vereiste als je graag wilt dat kinderen met de fiets naar school komen. Ook dat valt onder hardware. Evenals veilige looproutes door de wijk naar de school. Is de stoep wel schoon, heel en veilig?

Onder Software vallen initiatieven en voorlichting, waarbij ouders en kinderen betrokken worden. Denk bijvoorbeeld aan een ouderavond, een ‘rode kaarten-actie’, kinderambassadeurs, de verkeersslang, etc. Maar ook alle vormen van verkeerseducatie die op de school wordt gegeven, zoals een verkeerslesmethode, dode hoek les, verkeersexamen (theorie en praktijk) dragen bij aan verkeersveilig gedrag van kinderen.

Als een schoolplein beweegvriendelijk is ingericht en er wordt een programma op aangeboden, zijn kinderen geneigd daar meer tijd op door te brengen (Playgrounds; Janssen, 2014). Een leerkracht die spel enthousiasmeert op het schoolplein is een krachtige ‘software’ voor een veilige en fitte schoolomgeving.

Onder Orgware vallen de randvoorwaardelijke activiteiten, zoals de vergaderingen die nodig zijn, draagvlak creëren in school, gemeenteambtenaren betrekken, etc. Bij de organisatie van een veilige en fitte schoolomgeving gaat het om het samenspel tussen de hardware en de software. Hoe kunnen vraag en aanbod bij elkaar komen? Hoe ziet de hardware eruit en wat kan je aanbieden aan verschillende doelgroepen om het gebruik van een schoolzone te stimuleren?

Als hardware, fysieke maatregelen in de schoolomgeving, binnen het schooljaar nog niet mogelijk zijn, kan wel vast aan de slag worden gegaan met de software, bijvoorbeeld verkeerseducatie en beweeggedrag stimuleren. Alsook nadenken over de orgware; wie moet wat doen om het wensbeeld te behalen?

Monitoring

Bepaal in het plan ook hoe je gaat monitoren of de doelen zijn gehaald. Je meet aan het begin (nulmeting) en aan het einde van een periode waar je de activiteiten uit het plan onderneemt (1-meting of na-meting). Op deze manier heb je munitie in handen om het gesprek aan te gaan met betrokkenen.