4. Onderbouwing en legitimering

Hier vind je achtergrondinformatie over de (gezondheids)effecten die bewegen en sporten aantoonbaar hebben, en theorie over tijd voordat effecten optreden:

Gezondheidseffecten van bewegen: Onderbouwing van beweegrichtlijnen

Doel

De Gezondheidsraad heeft in 2017 nieuwe beweegrichtlijnen opgesteld voor verschillende leeftijdsgroepen en daarbij strenge eisen gesteld aan de onderbouwing. De basis voor de beweegrichtlijnen is het voorkómen van negatieve gezondheidsuitkomsten. Voor alle uitkomsten bestaat veel zekerheid dat voldoende bewegen oorzakelijk bijdraagt aan het voorkómen van aandoeningen.

Uitleg

Bewegen helpt om een groot aantal aandoeningen te voorkomen. De Gezondheidsraad heeft voor verschillende aandoeningen, en risicofactoren daarvoor, gekeken hoe sterk het wetenschappelijk bewijs is. Dat hebben ze gedaan voor verschillende onderzoeken:

  • Experimenteel onderzoek, waarbij ze 2 groepen vergelijken die in het experiment minder of meer bewegen.
    Dit onderzoek is alleen geschikt voor aandoeningen en risicofactoren die vooral te beïnvloeden zijn op relatief korte termijn.
  • Cohortonderzoek, waarbij onderzoekers een bevolkingsgroep volgen gedurende langere tijd en kijken of er in de loop van de tijd een ziekte ontstaat.
    De onderzoekers hebben informatie hoeveel de deelnemers bewegen (op verschillende tijdstippen). Dit soort onderzoek wordt veel gebruikt bij aandoeningen die na lange tijd ontstaan.

Bij de onderbouwing zijn strenge criteria gehanteerd, zowel ten aanzien van de kwaliteit als voor de hoeveelheid onderzoeken. De Gezondheidsraad stelt daarmee in het algemeen strengere eisen aan bewijslast dan Bailey. Alleen als er duidelijk bewijs is dat bewegen helpt bij een bepaalde aandoening, wordt dit meegenomen bij de vaststelling van de nieuwe beweegrichtlijnen.

De figuren geven een samenvatting van de bewijslast voor verschillende leeftijdsgroepen.

 

illustratie kind laat zien: Positieve gezondheidseffecten van bewegen bij kinderen.
Figuur 1. Positieve gezondheidseffecten van bewegen bij kinderen.
illustratie volwassen: Positieve gezondheidseffecten van bewegen bij volwassenen
Figuur 2. Positieve gezondheidseffecten van bewegen bij volwassenen
Figuur 3. Positieve gezondheidseffecten van bewegen bij ouderen.

Terug naar boven

Human Capital Model: Effecten van sporten en bewegen op verschillende kernwaarden

Achtergrond

Human Capital Model: Effecten van sporten en bewegen op verschillende kernwaarden
Human Capital Model: Effecten van sporten en bewegen op verschillende kernwaarden

Gemeentelijk sportbeleid is steeds meer gericht op het verzilveren van de maatschappelijke waarde van sport en bewegen. Het Human Capital Model van Bailey e.a. (2013) laat zien wat op basis van wetenschappelijk onderzoek de bewijslast is van de effecten van sport en bewegen, onder meer op de fysieke waarde (lees: gezondheid). Kennis over de effecten van sport en bewegen helpen u om sport- en beweegbeleid in jouw gemeente te legitimeren.

Uitleg van het model

Sporten en bewegen is op veel vlakken effectief. Het zorgt onder meer voor een betere gezondheid. Onderzoeker Richard Bailey ontwikkelde op basis van wetenschappelijke literatuur samen met collega onderzoekers en Nike het Human Capital Model waarin in totaal 79 effecten van bewegen worden benoemd. De effecten van sporten en bewegen worden hierbij ingedeeld op basis van zes kernwaarden: fysieke waarde, emotionele waarde, sociale waarde, persoonlijke waarde, intellectuele waarde en financiële waarde. Kijk voor meer recente kennis over de effecten op gezondheid naar de onderbouwing van de nieuwe beweegrichtlijnen. Op Allesoversport.nl lees je de uitgebreide toelichting van model van Bailey.

Bekijk het "model van Bailey" (jpg)

Terug naar boven

Verwachte effecten van sport-, beweeg- en gezondheidsprogramma’s op gezondheid

Achtergrond

Het model van Nutbeam en Bauman (2006) geeft u inzicht in de uitkomsten die je mag verwachten van sport-, beweeg- en gezondheidsprogramma’s. Kennis over effecten van gezondheidsbevorderende programma’s helpt je bij het stellen van realistische doelen en verwachtingen te scheppen.

Uitleg van het model

Gezondheidsbevorderende programma’s streven naar positieve uitkomsten op de gezondheid van mensen. Voorbeelden hiervan zijn meer kwaliteit van leven en functionele onafhankelijkheid.

Het is niet vanzelfsprekend dat sport-, beweeg- of gezondheidsprogramma’s direct leiden tot een betere gezondheid van mensen. Het model van Nutbeam en Bauman (2006) laat zien dat een aantal stappen nodig zijn om ongezond gedrag te veranderen in gezond gedrag. Voordat gezondheidseffecten optreden is het bijvoorbeeld van belang dat mensen onder meer fysiek actief leven en een gezond voedingspatroon aanhouden. Hiervoor zijn kennis en vaardigheden van belang, die op hun beurt kunnen worden verkregen door mensen te faciliteren en door voorlichting te geven. Het model geeft een globaal inzicht in deze stappen en laat twee dingen zien.

  1. Ten eerste kan niet meteen iets worden gezegd over alle niveaus van uitkomsten. Het model laat zien welke uitkomsten het eerste (toename bewustwording en participatie) en het laatste (veranderingen in gezondheid en ziekte) verwacht mogen worden. De tijdseenheden zijn niet per se jaren. Het gaat erom dat een aantal fasen wordt doorlopen, voordat gezondheidseffecten optreden.
  2. Ten tweede kan over de ene uitkomst überhaupt meer worden gezegd dan over de andere uitkomst. Uitkomsten van een gezondheidsbevorderend programma met betrekking tot bewustwording en participatie mogen meer worden verwacht dan veranderingen in gezondheid en ziekte.

Het model van Nutbeam en Bauman (2006) geeft u inzicht in de uitkomsten van die u mag verwachten van sport-, beweeg- en gezondheidsprogramma’s. Kennis over effecten van gezondheidsbevorderende programma’s helpt u bij het stellen van realistische doelen en verwachtingen te scheppen.

 

Bron: Nutbeam, D., & Bauman, A.E. (2006). Evaluation in a nutshell: a practical guide to the evaluation of health promotion programs. Sydney: McGraw-Hill.

Terug naar boven