10. Sport en bewegen in de openbare ruimte

Dit thema heeft betrekking op de sport- en beweegmogelijkheden in de openbare ruimte. Denk aan doelstellingen als sport- en speelmogelijkheden bij de (her)inrichting van de openbare ruimte (3%-norm), meenemen van sport en sportieve recreatie bij de invulling van streek- en bestemmingsplannen, onderhoud openbare recreatievoorzieningen en toegankelijkheid en bereikbaarheid van natuurgebieden.

Databronnen

Wat wordt gemeten? Bron Niveau Doelgroep Openbaar?
Kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving, bestaande uit zes deelindicatoren (zie methoden). Mulier Instituut, data op Sport op de kaart. 1, 4 Publieke ruimte in een gemeente

Tijd die kinderen buiten spelen, mate van kindvriendelijke omgeving en belemmeringen om buiten te spelen. De Kinder- en Jeugdmonitor van GGD’en, RIVM en CBS; vraag data van gemeente op bij GGD-regio. 3, 4 Kinderen (4-12 jaar) en jeugd (12-19 jaar)*

Geluids- en geurhinder in de omgeving. Gezondheidsmonitor van GGD’en, RIVM en CBS; vraag data van gemeente op bij GGD-regio. 1, 3, 4 Volwassenen (19-65 jaar) en ouderen (65 jaar en ouder)*

Leefbaarheid in buurten en wijken. Zie ‘maatschappelijke waarde van sport’ onder leefbaarheidsmonitor, omnibus enquête. Monitor wordt niet in elke gemeente gehouden. 1, 4 (5) Volwassenen (19-65 jaar)

Verschilt per gemeente

Niveaus: landelijk (1) – provinciaal (2) – regionaal (3) – gemeentelijk (4) – wijkniveau (5).

Instrumenten

Wat wordt gemeten? Het instrument Openbaar?
Beweegvriendelijkheid in een buurt, wijk of dorpskern. BVO-scan van Kenniscentrum Sport en DSP-groep, wordt door gemeenten zelf uitgevoerd.

Verschilt per gemeente

Sterke en zwakke punten buurt/wijk/dorpskern wonen en leven. Leefplekmeter van Pharos en Platform 31, wordt door gemeenten zelf uitgevoerd.

Verschilt per gemeente

Verkenning welke sportief te gebruiken openbare ruimten beschikbaar zijn, hoe deze gebruikt worden en hoe deze (nog) geschikter gemaakt kunnen worden. Verkenning ruimteonderzoek door het Mulier Instituut.

X

* De doelgroep kinderen en jeugd is niet landelijk afgestemd met de GGD’en, waardoor niet elke GGD de kinder- of jeugdmonitor aanbiedt. Raadpleeg je regionale GGD om af te stemmen welke data beschikbaar zijn. In tabellenboeken kunnen resultaten worden weergegeven of inwoners wel of niet een langdurige beperking hebben of de mate van sociaaleconomische status (SES). De jeugdmonitor is voor 14 regio’s beschikbaar, waarvan 9 GGD’en ook data op lokaal niveau aanbieden.